American library books ยป Other ยป The Lofties (The Echelon Book 2) by Ramona Finn (no david read aloud .txt) ๐Ÿ“•

Read book online ยซThe Lofties (The Echelon Book 2) by Ramona Finn (no david read aloud .txt) ๐Ÿ“•ยป.   Author   -   Ramona Finn



1 ... 14 15 16 17 18 19 20 21 22 ... 79
Go to page:
droogvoets.โ€

โ€œEn op de jacht?โ€

โ€œJa!โ€

โ€œMet het geweer in de hand?โ€

โ€œMet het geweer in de hand.โ€

โ€œIk keek den kapitein van de Nautilus aan met een gezicht, dat alles behalve vleiend voor zijn persoon was. Ik dacht dat zijne hersens gekrenkt waren, dat hij een aanval van waanzin gehad had, die acht dagen en dat die zelfs nog voortduurde. Het is jammer; [111]ik had toch liever met zijne vreemdsoortige eigenaardigheden te doen, dan met een gek!

Waarschijnlijk kon de kapitein deze gedachten duidelijk op mijn gelaat lezen, doch hij vergenoegde zich met mij te verzoeken hem te volgen, en ik deed dit als iemand die op alles voorbereid is. Wij kwamen in de eetzaal, waar het ontbijt gereed stond. โ€œMijnheer Aronnax,โ€ zeide de kapitein, โ€œik verzoek u met mij te willen ontbijten; dan kunnen wij op ons gemak praten. Ik heb u wel eene wandeling door de bosschen beloofd, maar volstrekt niet gezegd dat gij daar eenige restauratie zoudt vinden. Ontbijt dus als iemand die eerst zeer laat dineeren zal.โ€

Ik deed het maal eer aan; het bestond weder uit verschillende vischsoorten en zeeplanten. Wij dronken daarbij zuiver water, waarin ik, op des kapiteins voorbeeld eenige droppels van een gistenden drank voegde, welke op de Kamtschatdaalsche wijze uit een soort van zeewier (rhodomenia palmaea) bereid was. De kapitein at zonder een woord te spreken; toen hij gedaan had, zeide hij:

โ€œMijnheer de professor, toen ik u voorstelde om eene jacht in de bosschen van Crespo bij te wonen, hebt gij gemeend dat ik met mij zelven in tegenspraak was. Toen ik u vertelde dat er sprake was van onderzeesche bosschen, dacht gij dat ik gek was. Men moet de menschen nooit zoo lichtzinnig beoordeelen, mijnheer.โ€

โ€œMaar kapitein, gij zult toch niet gelooven, dat....โ€

โ€œHoor mij aan, mijnheer, en gij zult kunnen beoordeelen of gij mij voor gek, of in tegenspraak met mij zelven moet houden.โ€

โ€œIk luister.โ€

โ€œGij weet even goed als ik, mijnheer, dat de mensch onderwater leven kan als hij maar een voorraad lucht met zich mede voert. Bij werken onder water wordt den werkman, die een ondoordringbaar kleed aan, en een metalen helm op het hoofd heeft, lucht toegevoerd door middel van perspompen en afvoerbuizen.โ€

โ€œDat zijn scaphanders,โ€ zeide ik.

โ€œJuist, maar op de door mij omschreven wijze is de mensch niet vrij, hij is vastgehecht aan de pomp, welke hem door eene buis van caoutchouc lucht toevoert; het is als โ€™t ware een keten, die hem aan het land vasthecht, en indien wij op die wijze aan de Nautilus zaten vastgebonden zouden wij niet ver kunnen gaan.โ€

โ€œEn hoe kunnen wij ons dan vrij bewegen?โ€ vroeg ik.

โ€œDoor het gebruik maken van het toestel van Rouquayrol en Denayrouze, door twee uwer landgenooten uitgevonden, maar dat ik voor mijn gebruik gewijzigd heb; daarmede zult gij u onder water kunnen wagen zonder dat gij daarvan iets nadeeligs ondervindt. Het is een bak van dik geslagen ijzer, waarin ik de lucht onder eene drukking van vijftig atmosferen te zamen pers; die bak wordt even als een ransel door een paar draagbanden op den rug [112]vastgemaakt. Het bovenste gedeelte bevat eene ruimte, waaruit de lucht, welke door kleppen wordt teruggehouden, niet anders dan onder hare gewone spanning kan ontsnappen. Aan het toestel van Rouquayrol, zooals het gewoonlijk gebruikt wordt, zijn twee buizen van caoutchouc verbonden, welke uit de beschreven ruimte naar een soort van trechter loopen, waarin mond en neus vervat zijn; de eene dient om er levenslucht door in te ademen, de andere om de verbruikte lucht uit te ademen; de openingen van die buizen kan men naar verkiezing met de tong openen of sluiten. Omdat ik, in de diepte der zee soms aan zeer groote drukking van het water boven mij ben blootgesteld, heb ik het hoofd met een koperen helm moeten omsluiten waaraan de twee in- en uitademingsbuizen zijn vastgehecht.โ€

โ€œJuist, kapitein; maar de medegevoerde lucht moet, dunkt mij, spoedig verbruikt zijn, en zoodra zij nog maar 15 pCt. zuurstof bevat, is zij bedorven.โ€

โ€œZonder twijfel, doch ik heb u gezegd, mijnheer Aronnax, dat de pompen van de Nautilus de lucht onder verbazenden druk kunnen samenpersen, zoodat de ijzeren vergaarbak lucht genoeg bevat voor 9 of 10 uur.โ€

โ€œIk heb niets meer te zeggen,โ€ antwoordde ik, โ€œalleen nog deze vraag: hoe krijgt gij licht op groote diepten?โ€

โ€œMet den klos van Ruhmkorff, mijnheer. Het eerste toestel draag ik op den rug, het laatste aan den gordel. Het bestaat uit een Bunsens element, dat ik met sodium vervaardig, hetwelk de zee overvloedig oplevert. Een inductietoestel verzamelt de voortgebrachte electriciteit, en brengt die in eene lantaarn van bijzonder maaksel.

โ€œIn die lantaarn is een glazen buis, welke koolstofgas bevat; als het toestel in werking is, dan begint dit gas te lichten en geeft een aanhoudenden en witten schijn; zoo adem, en zoo zie ik.โ€

โ€œGij geeft op al mijne vragen zulke afdoende antwoorden, kapitein, dat ik niet meer durf te twijfelen. Doch als ik moet gelooven aan uwe toestellen van Rouquayrol en Ruhmkorff, dan twijfel ik toch nog aan het geweer, waarmede gij mij wilt wapenen.โ€

โ€œHet is geen gewoon geweer met kruit en lood,โ€ antwoordde de kapitein.

โ€œIs het dan een windgeweer?โ€

โ€œZonder twijfel. Hoe wilt gij dat ik bij mij aan boord kruit maak, daar ik salpeter, zwavel, noch kool bezit?โ€

โ€œBovendien,โ€ zeide ik, โ€œgij zoudt een ontzaglijken weerstand moeten overwinnen om te schieten in de vloeistof, welke 855 maal dichter dan de lucht is.โ€

โ€œDat zou geene afdoende reden zijn. Er zijn kanonnen door de Engelschen Philippe Coles en Burley, door den Franschman Furcy; en door den Italiaan Landi uitgevonden en volmaakt, met een bijzonder stelsel van slot, waarmede men onder water kan schieten; [113]doch ik herhaal het u, nu ik geen kruit heb, heb ik dit vervangen door samengeperste lucht, welke de pompen van de Nautilus mij in overvloed verschaffen.โ€

Gereed om te vertrekken.

[114]

โ€œDie lucht moet toch spoedig verbruikt zijn!โ€

โ€œWat zou dat? Heb ik dan niet het toestel van Rouquayrol? Ik heb slechts een buis aan te schroeven en een kraan open te maken. Bovendien mijnheer Aronnax, zult gij zien, dat men bij die onderzeesche jachtpartijen weinig lucht en kogels noodig heeft.โ€

โ€œToch dunkt mij, dat in die halve duisternis en in die slecht doordringbare vloeistof een schot niet ver kan dragen of doodelijk zijn.โ€

โ€œMet dit geweer, mijnheer, zijn alle schoten doodelijk; zoodra een dier slechts hoe licht ook gewond is, valt het als van den bliksem getroffen dood neder.โ€

โ€œWaarom?โ€

โ€œOmdat het geene gewone kogels zijn, maar kleine glazen bolletjes, door den Oostenrijkschen scheikundige Leniebrock uitgevonden, en waarvan ik een aanzienlijken voorraad heb; zij zijn met ijzer omkleed, terwijl er een klein stukje lood aan bevestigd is; het zijn, als โ€™t ware, kleine Leidsche flesschen waarin de electriciteit tot op groote spanning is opeengehoopt. Bij den geringsten schok ontladen zij zich, en het dier, hoe groot het ook zij, valt onmiddellijk dood. Ik voeg er nog bij dat die kogeltjes niet grooter zijn dan hagel van No 4, en dat eene gewone geweerlading er een tiental kan bevatten.โ€

โ€œIk maak geene opmerkingen meer,โ€ antwoordde ik opstaande, โ€œik heb mijn geweer slechts op te nemen; overigens ga ik, waar gij gaat, kapitein.โ€

Nemo bracht mij naar het achterste gedeelte van de Nautilus; toen wij voorbij de hut van Ned Land en Koenraad gingen, riep ik hen om ons te volgen. Daarna kwamen wij in eene hut aan bakboordzijde, dicht bij de machinekamer, waar wij ons jachtkostuum moesten aandoen.

[Inhoud] Jachtavonturen.

Deze hut was letterlijk gesproken het arsenaal en de kleedkamer van de Nautilus. Een dozijn scaphanders hing langs de wanden en wachtte de wandelaars.

Toen Ned Land ze zag, toonde hij zichtbaar weerzin om er een aan te schieten. [115]

โ€œMaar mijn beste Ned,โ€ zeide ik hem, โ€œde bosschen van Crespo zijn slechts onderzeesche bosschen.โ€

โ€œGoed,โ€ mompelde de teleurgestelde harpoenier, die zijne droomen van versch vleesch in rook zag verdwijnen. โ€œGaat gij die dingen aantrekken, mijnheer Aronnax?โ€

โ€œIk moet wel, Ned.โ€

โ€œGij kunt doen wat gij wilt, mijnheer,โ€ antwoordde de harpoenier, terwijl hij de schouders ophaalde, โ€œmaar wat mij aangaat, buiten noodzaak steek er nooit een vin in.โ€

โ€œMen zal u niet noodzaken, Ned,โ€ zeide de kapitein.

โ€œEn zal Koen zich wagen?โ€ vroeg Ned.

โ€œWel zeker, ik volg mijnheer, waar hij ook gaat,โ€ antwoordde Koenraad.

Op bevel des kapiteins, kwamen twee matrozen ons helpen om die zware ondoordringbare kleederen aan trekken. Zij waren van caoutchouc zonder naad, en zoo gemaakt dat zij eene aanzienlijke drukking konden lijden; het was als het ware eene buigzame en sterke wapenrusting, de kleederen vormden broek en buis aan elkander; de broek eindigde in zware schoenen met dikke looden zolen. Het buis was van binnen gevoerd met koperen banden, opdat de borst en dus de ademhaling vrij zou blijven; de mouwen eindigden in buigzame handschoenen, welke de beweging der hand in geenen deele hinderden.

Deze volmaakte scaphanders verschilden, zooals men ziet hemelsbreed van die gebrekkige duikertoestellen, welke in de 18e eeuw uitgevonden en zoo geprezen werden.

De kapitein, een van zijn volk, een soort van Hercules, die eene verbazende kracht moest bezitten, Koenraad en ik hadden weldra de scaphanders aan. Wij behoefden nog slechts den koperen helm op te zetten, doch voor ik dit deed, vroeg ik den kapitein verlof om de geweren eens te zien, welke wij mede zouden nemen. Een van de matrozen gaf mij daarop een geweer, welks kolf van staal gemaakt, geheel hol en vrij groot was. Dit was de bewaarplaats van samengeperste lucht, welke door een klep, die met eene veer in beweging werd gebracht, in den loop ontsnappen kon. In de kolf was ook een kogeldoosje, dat een twintigtal electrieke kogeltjes bevatte, welke eveneens door middel eener veer van zelf in den loop konden worden gebracht; als er een schot gelost was, kon men dus aanstonds weer schieten.

โ€œDit wapen is volmaakt en gemakkelijk te hanteeren, kapitein,โ€ zeide ik.

โ€œIk verlang om het te gebruiken. Maar hoe zullen wij in zee komen?โ€

โ€œOp dit oogenblik, mijnheer de professor, ligt de Nautilus tien meter onder water, en wij behoeven slechts te gaan.โ€

โ€œMaar hoe komen wij er uit?โ€

โ€œDat zult gij zien.โ€ [116]

De kapitein zette zijn helm op, welk voorbeeld Koen en ik volgden, terwijl wij nog hoorden dat de harpoenier ons spottenderwijze een goede jacht toewenschte. Ons kleed eindigde van boven in een koperen kraag, waarop de helm kon worden vastgeschroefd. Drie gaten met dik glas voorzien lieten het uitzicht naar alle kanten vrij, als men het hoofd binnen den helm slechts omdraaide. Zoodra de helm vast zat, begon het toestel van Rouquayrol, dat ik op den rug had, te werken, en wat mij aangaat, ik ademde geheel vrij. Met de lamp aan den gordel en het geweer in de hand was ik gereed om te vertrekken; maar om ronduit te spreken in die zware kleederen opgesloten en door mijn looden zolen als aan den grond genageld, kon ik onmogelijk een stap doen. Dit was evenwel voorzien, en ik voelde mij naar een klein vertrek naast de kleedkamer voortduwen. Mijne makkers volgden mij evenzoo voortgetrokken. Ik hoorde een met sluitstukken voorziene deur achter ons dicht gaan, en eene diepe duisternis omringde ons. Na eenige minuten hoorde ik een scherp gefluit; ik voelde iets kouds langs mijne beenen naar boven stijgen; ik begreep dat men door eene kraan het zeewater in dit vertrek liet dringen, en weldra was de ruimte er geheel mede gevuld; toen opende zich een tweede deur, welke op zijde in de Nautilus gemaakt was; een schemerlicht omgaf ons, en weinige oogenblikken later stonden wij op den bodem der zee.

En hoe zou ik nu den indruk kunnen weergeven van die wandeling onder water? Woorden zijn onmachtig om zulke wonderen te vertellen! Als het penseel zelfs niet in staat is om het schoone van het vloeibare element te schilderen, hoe zou de pen het dan kunnen doen?

De kapitein liep vooruit, en zijn makker volgde ons op eenige schreden afstands. Koen en ik bleven dicht bij elkander, alsof wij door onze helmen heen met elkander hadden kunnen praten. Ik voelde niets meer van de zwaarte van kleederen, schoeisel, luchtbak of helm, waarin mijn hoofd ronddraaide als een amandel in haar bast. Al die voorwerpen verloren een gedeelte van hun gewicht, gelijkstaande met de massa water welke zij verplaatsen, zoodat ik gelegenheid had om de voortreffelijkheid der wet van Archimedes te ondervinden. Ik was geen werkeloos lichaam, maar genoot integendeel een betrekkelijk groote vrijheid in mijne bewegingen.

De kracht van het licht, dat den grond

1 ... 14 15 16 17 18 19 20 21 22 ... 79
Go to page:

Free e-book: ยซThe Lofties (The Echelon Book 2) by Ramona Finn (no david read aloud .txt) ๐Ÿ“•ยป   -   read online now on website american library books (americanlibrarybooks.com)

Comments (0)

There are no comments yet. You can be the first!
Add a comment